De zeer oude zingt

Posted on 16/01/2013 door

0


Het gedicht ‘Aan Prosper van Langendonck’ van P.C. Boutens (1870-1943),
gepubliceerd in Zomerwolken (P.N. van Kampen, Amsterdam, 1922), doet
mij denken aan Luceberts bekende dichtregel – zou Lucebert bij ‘De zeer oude
zingt‘ aan Boutens hebben gedacht? Hier de tweede van drie strofen:

  Wij hebben allen wel ons nest gebouwd
  op vlakke zoode, in ’t groene hout,
  verzekerd dat Gods bliksems ons niet deren –
  maar wat kan ’t vroom vertrouwen hoên
  voor wie niet weten wat zij doen,
  wier wreede onnoozelheid moordt wat zich niet wil weren?

Het gedicht is te lezen onderaan deze bespreking van Zomerwolken door
Gerard van Eckeren in jaargang 23 van Den Gulden Winckel, maar ook in
de bloemlezing De muze en de zeventien provinciën (1962).

—|—————

Dit bericht is onderdeel van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie
Partners: Poëziecentrum Gent | Ensafh | Neder-L | Poëziecentrum Nederland

Advertenties